Geen wekker gezet vandaag. Ik verplichtte mezelf in mijn slaapzak te blijven liggen. Gisteren kwam ik laat aan op de camping en pas om negen uur kon ik uitchecken – waarom zou ik me haasten? Normaal zou ik denken: stuur even een mailtje zodat je al om zes uur kan vertrekken. Maar nee, David, je hebt gisteren bijna negen uur gelopen, dus nu doe je rustig aan.
De camping was typisch Frans. Aan de rivier, maar dan wel met een dijk en hek ertussen: je mag van het geluid genieten, maar niet van het water zelf. Aan een weg met alle bedrijven die met hun hobbelende karren klapperend langsrijden. De toiletten waren wat ouderwets, maar alles werkte. Er was zelfs een klein winkeltje, eigenlijk gewoon een kast met spullen. De nummering was chaotisch – plek 42 lag naast 18 – maar ik voelde me er prima. Om kwart over negen liep ik vrolijk weg, blij als een marmot (maar dan zonder gegil).
Het pad ging eerst door weilanden in de vallei. Geen beschutting, wat me ineens deed beseffen dat dit niet handig zou zijn als het de hele weg zo ging. Gelukkig kwamen er al snel bospaden. Maar eerst nog een tussenstop: een grote supermarkt, de grootste sinds Thonon-les-Bains. Eindelijk normale prijzen. Natuurlijk kocht ik weer veel te veel.
Na die supermarkt viel me op dat ik weliswaar niet op de GR5 liep, maar wel op de GR5E. Hier heet het pad ‘le petit Bonheur’, en dat vergezelde me de hele weg naar Modane. Een variant dus – maar zo komt het toch nog goed.
Na de supermarkt ging het verder over heerlijke paden tussen de luzerne en vooral door het bos, precies wat ik nodig had bij 29 graden. Rond twaalf uur vond ik een enorme picknicktafel en besloot te landen: alles uitdrogen, uitgebreid lunchen en een dik uur slapen – terwijl ik er nog maar zes kilometer op had zitten.
Gek hoe dat werkt: als ik weet dat ik vandaag maar naar Modane hoef, voelt iedere stap teveel. Pas als ik mezelf weer in de lopersmodus zet, gaat de tijd vanzelf. Onderweg passeerde ik prachtige dorpjes en zelfs een fort uit de veertiende eeuw.
Na een korte klim stond ik ineens in La Norma, een skidorp. Het voelde absurd om daar rond te lopen in de hitte. De Fransen amuseerden zich met kinderkampen, zwembad en winkeltjes. Ik daalde scherp af en stond toen al in Modane. Nog maar eens naar de supermarkt, want de komende dagen moet ik zeker een keer bivakkeren en even Italië in, voordat ik weer Frankrijk in trek richting Besançon.
De camping in Modane was niet bepaald idyllisch: langs een drukke autoweg, onder het spoor waar TGV’s en auto’s in tunnels naar Turijn verdwijnen. Maar wel een geweldige camping met vrolijke eigenaar, goeie hete douches en een portocabin met alles voor de vele wandelaars die er staan. Ik maak contact met wat Fransen en Vlamingen.
Modane zelf heeft een gezicht van vergane glorie. Prachtige oude panden met sierlijke details, maar ook verval, leegstand en mensen die er moe en ongezond uitzien. Het is de “grote stad” in een verder toeristisch gebied.
’s Avonds waaide het hard, maar na zonsondergang ging de wind liggen en trokken de wolken weg. Morgen zou het regenen, volgens de app. We zien wel waar ik dan uithang – hopelijk niet op een bergtop.
En ja, ik betrap mezelf erop dat ik stiekem af en toe al naar treinkaartjes voor de terugweg kijk. Maar ik ben nog helemaal hier. Veel langeafstandswandelaars zeggen dat de laatste week vaak draait om teruggaan. Menselijk, ik ben #yoda.