Alkmaar naar Menton – rode leisteen, zuidelijker klimaat – dag 75 – van Longon naar Saint Dalmas

Ik werd wakker in de refuge van Longon. Na een stevig ontbijt met veel keuze en een kort praatje met de andere wandelaars vertrok ik. Meteen een steile afdaling: het pad zigzagde langs een klaterende rivier naar beneden, met adembenemende uitzichten. Het was bewolkt en mistig, soms liep ik letterlijk in de wolken. Het regende lichtjes, waardoor ik door een mysterieus berglandschap liep. In de verte verschenen alleen nog lijnen van bergen, eindeloos, laag na laag.

De vallei aan deze kant bleek opgebouwd uit rode leisteen en rood graniet. De eerste huizen die ik tegenkwam waren volledig uit die steen gebouwd. Wat een monnikenwerk moet dat zijn geweest om al die lagen steen te stapelen – voegen zijn er nauwelijks, en ik snap wel waarom.

Roure, een klein dorpje halverwege, verraste me met zijn uiterlijk en sfeer. Het ligt hoog boven de vallei, huizen hutje-mutje gestapeld op een rots van rode leisteen. Nauwe steegjes, trappetjes, resten van een oud kasteel bovenop. Het gaf me het gevoel van een Italiaanse kustplaats, alleen keek je hier uit over een vallei in plaats van over zee.

Opvallend waren de auto’s: overal Monacaanse kentekens, zelfs motoren uit Monaco en Andorra. Het leek alsof dit dorp meer met Monaco verbonden was dan met Frankrijk. Op het dorpspleintje streek ik neer aan een picknicktafel onder een partytent, met een bbq-plek en een stromende bron ernaast. Luxe onderweg: meteen je handen kunnen wassen. Daar belde ik met Dylan voor ons tweewekelijkse overleg en werkte wat op mijn telefoon. Ondertussen zag ik bekende gezichten voorbijkomen van wandelaars waar ik vanmorgen afscheid van had genomen. Nicola kwam ik nog wel vier keer tegen tijdens de afdaling. We wisselden stuivertje met wandelen en rusten.

Van dorp naar dorp
Verder afgedaald liep ik door Saint-Sauveur-sur-Tinée. Het voelde als vergane glorie: mooie gebouwen, maar met een wat verlaten sfeer. Er is een rivier, een waterkrachtcentrale en een middelbare school, klaar om volgende week weer kinderen te ontvangen. De mensen zagen er minder gelukkig uit, ongezonder misschien. Het contrast met de bergen was groot – daar leek iedereen vitaal. Misschien halen de ongezonde mensen de hoogte gewoon niet, dacht ik gniffelend.

Even later koos de GR5 weer de hoogte. Een steile klim bracht me langs een kapelletje naar een rotspad, uitgehakt in de rode leisteen. Het liep best lekker, maar was tegelijk verraderlijk: losse stenen, brokstukken, rechts een steile afgrond, links een rotswand. In de verte zag ik al het volgende dorp liggen: Rimplas.

Rimplas en verder
Rimplas lag hoog op de berg, met een oud fort als wachter. Prachtige straatjes, kerkjes en bruggetjes. Ik had er een picknicktafel op het oog, maar die bleek achter een hek. Uiteindelijk daalde ik af naar een parkeerplaats, zette mijn tent te drogen en nestelde me naast een grote steen die dienst deed als tafel. Daar maakte ik lunch in de zon.

Onderweg viel me op hoe de natuur veranderde. Nieuwe insecten, andere kleuren en vormen. Ik had ze het liefst allemaal met een camera vastgelegd. De begroeiing veranderde mee met de hoogte: eerst dennenbossen die me aan de Vogezen deden denken, lager meer vochtige geuren die zelfs Hollands aanvoelden. In Rimplas trof ik juist weer droogte, veel hagedissen in felle kleuren, maar te snel om vast te leggen.

Daarna volgde nog een afdaling om een kloof te passeren, en opnieuw omhoog. Het volgende dorp oogde ‘gewoon’: Franse bejaardenflats, chalets, fruitbomen, rozenbottels, kastanjes en bramen die hier veel later rijpen dan in de Jura. Mensen leken hier te wonen voor rust en ruimte, tussen de bergen.

Kamperen bij de boer
Mijn eindpunt was Saint-Dalmas, waar de nachttemperatuur aangenaam bleef rond 14 graden. Regen werd voorspeld voor de komende uren, maar er is toch niets zinnigs over te zeggen. Ik kon een herberg zoeken, maar morgen bij het wegwandelen alsnog natregenen.

De camping bij de boer bleek een wandelcamping pur sang: een open gebouw met picknicktafels, een half keukentje, een bibliotheek en ruime plekken, elk vernoemd naar een berg in Tibet. Ik koos een beschutte plek onder de bomen.

Mijn lijf was volledig op. Mijn hoofd wilde door, maar mijn benen zwabberden. Mijn doel vandaag lag eigenlijk verder, maar dit plekje voelde als een geluk. Ik zette mijn tent op, nam een douche – heerlijk! – en ging even liggen. Ik werd pas om één uur ’s nachts wakker uit een comateuze slaap. Gedesoriënteerd, maar ook trots en tevreden. Nog maar een paar dagen, en dan is dit avontuur rond.

Buiten schitterden de sterren en de Melkweg, al hing er vocht in de lucht. Ik had gelukkig goed geluncht, want midden in de nacht een droogmaaltijd naar binnen werken? Nee, dank je. Met een glimlach draaide ik me om en sliep verder.

Gerelateerde berichten