Alkmaar naar Menton GR5 – slapen op 2000m, een col bedwongen, gezwommen in meer – dag 59 – van Col de Bossetan naar Nambride

Gisteravond kon Simon het toch niet laten: nog even omhoog naar de Bossetan voor de zonsondergang. Daarna een diepe, droomloze slaap. Het klimmen begint me in de benen te zitten, maar de beloning blijft onweerstaanbaar.

Vanmorgen werd ik voor het eerst niet gewekt door kou of lawaai, maar door de warmte van de zon – pas om zeven uur. Sneeuw smelten voor water, rugzak om, en weg. Deze keer niet de officiële GR5, maar een alternatieve route: steil, veel losse stenen, nog wat sneeuwplaten hier en daar. Spannend, maar boven aangekomen voelde het alsof ik als kind weer stiekem op het dak van de Tuindorpweg 10 zat – alleen nu keek ik uit over de Mont Blanc, het massief eromheen, en rijen andere pieken. De dorpjes beneden waren niet meer dan stipjes.

Boven in het bloemen- en insectenparadijs ontmoetten we Thomas. Na wat Engels schakelden we over naar het Noord-Hollands: hij komt uit Bergen, naast Alkmaar. Hij loopt de HexaTrack, doet meer dan 35 km per dag en heeft ervaring zat. We daalden samen af, maar toen wij in het bergmeer besloten te baden, was hij al snel uit beeld.

Na de frisse duik ging het verder naar Refuge de la Vogealle, de hoogste hut in de omgeving. Verse sla, tomaat, alles uit eigen tuin – want er is hier geen weg, alleen lucht. Af en toe hoorde ik een helikopter, waarschijnlijk voor bevoorrading.

Daarna daalden we verder in de volle middagzon. Als berggeiten sprongen we over het pad tot aan de volgende hut, waar we afsloegen naar Le Bout du Monde – het einde van de wereld. Een dal waar het smeltwater van de gletsjers honderden meters naar beneden stort. Adembenemend, maar ook druk: dagjesmensen vanaf de parkeerplaatsen. Ik week uit naar een schaduwrijk pad, voeten in de ijskoude rivier.

Daar vond Simon me weer. Samen liepen we terug richting de GR5, tot we om vijf uur genoeg hadden gelopen. We ploften neer langs de rivier, wasten het stof van de dag van ons af, aten, en maakten bivak. De eigenaar kwam nog vragen of hij hier straks z’n gras kon maaien, maar we stonden aan de bosrand, dus het mocht.

Mijn buik vol, mijn rugzak voor het eerst helemaal leeg. Morgen op zoek naar proviand. Maar nu: slapen, met het ruisen van de rivier als wiegelied.

Morgen de fotos

Gerelateerde berichten