Alkmaar naar Menton – Dalmas de hond – dag 76 – een heen en weertje

Hoi, ik ben Dalmas, de jachthond.

Ik ben bruin, heb een gladde vacht, een fiere staart en natuurlijk vier stevige poten. Mijn kledingaap heeft me meegenomen op vakantie, noemt ze dat. Maar eerlijk gezegd: ik word bijna niet meer uitgelaten, laat staan dat ons vaste ritme wordt gevolgd.

Gelukkig grenst ons vakantiehuisje aan het bos. Daar ga ik zelf op pad — heerlijk vind ik dat. Ik snuffel alles af en laat overal een plasje achter. Zo kwam ik vandaag ook jullie kledingaap David tegen. Hij wilde eigenlijk gaan wandelen, maar volgens mij was hij nogal moe. Kijk, ik slaap gewoon zodra ik zin heb, maar deze kledingaap had veertien uur achter elkaar geslapen! Lekker toch?

Na zijn slaap marathon zat David uitgebreid te ontbijten en te bedenken of hij wel of niet zou gaan wandelen. Zijn weergoden-app op die veegtelefoon van hem voorspelde storm. Toen de zon doorbrak hield hij het niet meer en brak hij snel zijn tent af. Een andere kledingaap van dezelfde opvangplek (waar ze niet in hokken slapen maar in tenten — gekke apen) vertelde hem hoe de route moest lopen. Toen drong het tot David door dat hij de verkeerde route in zijn veegtelefoon had staan. Hij herstelde dat vlug en besefte dat hij voor vier dagen eten moest meenemen. Dus hup, opgetogen naar de bakker en de winkel. Rugtas vol. Handig ding, zo’n tas — vooral omdat die naar je eigen geur ruikt. Dan weet je van ver al van wie hij is.

Daarna liep David de berg op. Ik zag hem foto’s maken van de bergen en de wolken. Soms werd het lichter, soms donkerder. Meestal weten kledingapen wel of het veilig is om te wandelen, dus ik dacht: ik loop gewoon gezellig mee. We gingen door bossen, langs een droge rivier waar het pad dwars doorheen liep. David riep steeds wat, maar ik versta hem niet. Waarom zou je ook, de bosjes en stenen ruiken véél interessanter. Hem ruik ik toch wel, dat blijft overal hangen.

Dan begint het te donderen. Doen die wolken wel vaker. Maar na een paar keer zie ik dat de kledingaap niet verder loopt. Hij zit onder een boom op zijn hurken. Even later begrijp ik waarom: het gaat stormen. De wind trekt aan, de lucht tintelt van de flitsen en al snel vallen er ijsklontjes uit de lucht. Bah, niks voor mij. Ik kruip ook onder de bomen. Heel even ga ik naast hem zitten, hij kroelt mijn kop — fijn, maar eerlijk: hij ruikt nogal heftig, dus ik ga toch weer op afstand liggen.

Na best een tijd — zo lang als een avondwandeling met mijn baasje — besluit David weer te vertrekken. Maar wat doet hij? Hij gaat verder de berg op! Nou, dat hoeft van mij niet. Ik wacht liever tot de flitsen voorbij zijn en ga terug naar huis. Nat, koud en met weinig geursporen om nog te ontdekken.

Later, als ik thuis ben, zie ik David toch naar beneden komen. Hij loopt moeilijk met zijn linkerknie en ziet er kletsnat uit. Volgens mij is hij ook wel klaar met spelen en verlangt hij net als ik naar zijn mand. Misschien zie ik hem weer na mijn dutje.

Gerelateerde berichten