Alkmaar naar Menton – mannengriep, klim naar zuidelijk klimaat, refuge – dag 74 – van Auron naar Longon

Een andere wereld
De camping waar ik wakker werd voelde als een andere wereld dan de natuurcampings die ik gewend ben. Twee dagen geleden, bij Larche, stond ik nog midden in de natuur. Om negen uur viel daar de stilte, om tien uur was het zwart en stil. Hier, tussen de trailers, leek het gewone stadsleven zich gewoon te verplaatsen: mensen maakten ruzie, speelden luidruchtig spelletjes en gingen laat slapen. Het was grappig om het verschil te merken. Veel last had ik er niet van, maar het contrast was groot.

Selfcare en een rommelige maag
Ik begon de dag met wat tegenzin. Het is nog steeds fris in de Alpen en ik raak er maar niet echt aan gewend. Toch zette ik thee, nam de tijd voor ontbijt en genoot even aan de picknicktafel. Een moment van selfcare. De verhoging was weg, maar mijn maag bleef rommelig, alsof ik een buikgriep had. Gelukkig kon ik eten – eindelijk weer wat energie. En zin om te eten had ik lang niet gehad.

De klim begint
Ik leverde de sleutel van het toiletgebouw in via de brievenbus en vertrok daarna via het skidorp. De onderkant van de piste waar ik langs liep: ’s winters een piste, ’s zomers een golfterrein. Verder omhoog langs paarden en mountainbikepaden, maar geen fietser te bekennen. Boven het skigebied ging de wereld open: krekels, sprinkhanen en een schitterend natuurgebied.

In verlaten dorpjes onderweg dwaalde ik dromerig tussen oude berghuizen. Sommige stonden te koop. Ik fantaseerde over een leven hier, zoals Martijn Doolaard: met een ezeltje, een huis dat plank voor plank wordt gerenoveerd, buiten nog zwart verweerd hout, maar van binnen glas en licht. De droom was heerlijk, al moest ik verder naar Roya, een klein plaatsje met een kerkje en een bron. Daar ontmoette ik een jonge wandelaar die me waarschuwde voor droogte boven. Ik vulde mijn flessen en voelde dat ik weer eetlust kreeg, weer durfde te dromen. Bijna weer mezelf. Dat gaf moed voor de zware klim die voor me lag: over een col van 2400 meter en een flank van 2550.

Mannengriep
Als ik terugkijk naar mijn notities en symptomen – verhoging, snot, maag- en darmproblemen – kan ik het eindelijk benoemen: mannengriep. Gisteren had ik alleen maar willen kruipen in moederschoot, met vertrouwde vingers die door mijn haar gingen, dubbelzoute dropjes en een beschuitje met paardenrookworst. Een stem die zegt: je hoeft niet naar school vandaag, je mag nog even aansterken. Maar vandaag klom ik weer.

Warm en koud tegelijk
Op de col sloeg de wind krachtig om me heen. Rechts steeg een bloedhete föhnwind omhoog, links blies ijskoude alpenlucht. Warm-koud, warm-koud, voortdurend. Boven stond een monument en lag het pad als een lint voor me uit: eerst een kaal maanlandschap van leisteen, daarna langzaam weer gras.

Dit is met recht een van de mooiste delen van de GR5 als je het mij vraagt. De afdaling voerde langs diepe groeven uitgesleten door water. Beneden hingen wolken alweer om de bergtop waar ik vandaan kwam. Ik liep door een poort van uitgesleten rots, de Porte de Longon, en stapte zo een hoogvlakte op: weilanden, bossen en berghonden. De eerste tekenen dat ik bijna bij een refuge was.

Een plek in de refuge
Bijna aangekomen sloot ik even aan bij een grote groep gezinnen met kinderen en ezels. Ze vroegen of ik wel zeker wist dat ik naar de refuge wilde: “Er zijn vanavond héél veel kinderen.” Maar ik was moe. Ze zagen mijn hikers tan en keken me ongelovig aan toen ik vertelde dat ik uit Nederland kwam gelopen. Zij hadden net een uurtje gewandeld.

Gelukkig was er nog net plek. Ik kreeg een bed in de tweepersoonskamer met Nicolas, terwijl latere wandelaars moesten bivakkeren buiten. Voor het eerst besloot ik niet mijn tent op te zetten, maar het mezelf gemakkelijk te maken. Ook om dit nog een keer mee te maken na al die verhalen van wandelaars die alles met refuges doen.

Avond in de bergen
De douche was kort maar heerlijk. Het eten eenvoudig en voedzaam: quiche met bergkruiden, polenta, varkensrollade (die sloeg ik over), een kaasplankje en yoghurt met mirtille – zuur en puur. Mijn wangen gloeiden ervan. Helaas lag mijn maag tot vier uur ’s nachts overhoop, misschien van de geitenkaas of simpelweg nog herstellende van de afgelopen dagen. De hypochonder in mij draaide overuren op zoek naar een diagnose, terwijl iedereen om me heen gewoon borden omhoog hield met: uitputting, logisch.

De refuge was gehorig, maar met mijn oordopjes sliep ik uiteindelijk diep. Moe, warm gevoed en voldaan. Dag 74 bracht me door een van de mooiste en meest gevarieerde stukken van de GR5 in de Alpen – én gaf me een rijke ervaring van het leven in een refuge.

Gerelateerde berichten