Alkmaar naar Menton – kippenvel, verhoging, taart en tranen – dag 72 – van Larche naar Col de Colombiére

Ik word pas om 8:25 wakker, zeven minuten voordat de zon mijn tent raakt. Wat een luxe: zo diep slapen! Wel wat beurs van het lange liggen, maar oh, wat is een camping dan toch een comfort. Op de Franse toiletten na dan – doe mij maar de bosjes.

Ik weet niet eens hoe laat ik precies vertrok, maar ik was klaar voor de Mercantour. Binnen een uur stond ik bij de ingang van het natuurgebied. Ik was duidelijk niet de enige. Wat ook meteen duidelijk werd: ik ben nog helemaal niet fit. Het voelt alsof ik een snelheidsbegrenzer heb ingebouwd. Zodra ik mijn normale tempo aanhoud, schieten de hoofdpijn, maagkrampen en misselijkheid erdoor. Dan maar rustig meelopen met de stoet omhoog naar het meer. Vanaf daar wordt het rustiger op het pad, maar zelf word ik waziger. Gelukkig heb ik de foto’s nog.

Na de afdaling zit ik rond drie uur bij een herberg. Ik bestel een taartje en krijg tranen in mijn ogen bij een foto van thuis: mijn lieverds, vandaag in de huizen waar wij achttien jaar geleden trouwden. De heimwee slaat in als een mokerslag. En ik voel me ook lichamelijk niet goed: kippenvel binnen in de herberg, en zodra ik buiten sta, krijg ik het Spaans benauwd in de zon.

Toch sleep ik mezelf nog één bergpas omhoog. De hele dag heb ik nog geen horizontaal stukje grond gezien, nergens echt kunnen rusten. Ik had zelfs geoefend hoe ik bij de herberg zou vragen of ik ernaast mocht liggen, maar nu heb ik het te koud om te blijven. Dus ga ik maar door, schakelend tussen ijskoud en koortsig warm, afhankelijk van schaduw of zon.

Na de bergpas daal ik af. Bij een drinkplek voor het vee vind ik een klein vlak stuk. Op de automatische piloot zet ik mijn tent op. Het moet rond zes uur geweest zijn. Meteen kruip ik onder mijn donzen dekbed in de brandende zon, en ik crash. Pas rond tien uur ’s avonds word ik wakker. Ik voel me beter, maar heb nog steeds verhoging en een hoge hartslag. Mijn lijf is duidelijk iets aan het opruimen.

Wat ik vandaag vooral meekreeg: de Mercantour is stijl, extreem ruig, en leeg. Amper mensen, amper bebouwing. Pure natuur, zoals ik het voor me had. Vanuit mijn tent kijk ik het dal in. De berg is volledig in wolken gehuld, maar als ik met de lijn van de berg meeglijd, zie ik net langs de wolken de sterren.

Morgen maar eens zien hoe ik me voel. Eerst afdalen. Nice stond vandaag al op een bordje van een wielrenner: nog maar 98 kilometer. Het komt dichterbij.

Gerelateerde berichten