Zoenen met een ijsbeer, dát is koud. Maar slapen in de Alpen in een tarp-tent komt aardig in de buurt. Gisteren nog wat was gedaan, maar toen ik terugkwam uit het toiletgebouw was de zon al achter de berg verdwenen. Met de föhn geprobeerd iets te redden, maar tevergeefs. Rond drie uur ’s nachts werd het kraakhelder, een adembenemende sterrenhemel met twee graden en de geur van sneeuw. Te koud om lang te blijven staren, ik bibberde. Voor die tijd had het flink geregend, dus alles buiten was zeiknat. Ook de tent, van binnen drijfnat door condens. Dan droom ik nog even van de Côte d’Azur en een treinticket naar huis.
Het plan: nat shirt aan, ontbijten en op pad. Mijn lichaam zou het wel drogen, zoals altijd. En jawel, na twintig minuten moest mijn fleece alweer uit, veel te heet. Bij aankomst in Briançon scheen de zon zelfs zo nu en dan: heerlijk.
Een stad vol historie
Briançon bleek een feest. Een prachtige stad, met een oud centrum, een brug die twee rotsen verbindt, burchten aan beide kanten. Het ademt historie. Ik dacht meteen: hier wil ik ooit terugkomen met mijn geliefde. Zelfs de nieuwere stad is charmant, met sfeer en stijl. Ik had ook praktische taken: dit is de laatste grote stad met postkantoor, Mondial Relay, Decathlon en Carrefour. Ik verstuurde Italiaanse zoetigheid naar huis, waardoor mijn rugzak ineens licht was — om daarna in de Carrefour weer topzwaar te worden met bio-eten voor de laatste elf dagen.
Klim naar de Col
Na de stad begon het echte werk: klimmen. Het pad ging gestaag omhoog, de zon scheen af en toe en ik merkte dat ik steeds meer gewend raak aan de Alpen. Het voelde alsof mijn lijf inmiddels in het ritme zit. Halverwege de klim trof ik een klim-hotspot: een enorme rotswand die door de lokale overheid is ingericht als klimgebied. Auto’s geparkeerd met Fransen, Duitsers, Spanjaarden en Italianen stonden langs de weg. Ik droogde tent, slaapzak en kleren in de wind en zon, tot de wolken weer toesloegen en ik alles snel inpakte. Ondertussen keek ik naar deze precisie sport.
Op de pas waaide het stevig en was het koud, maar verscholen achter een richel zat ik heerlijk in de zon, in mijn shirtje. Kledinglagen en ik — het blijft een mismatch. Ik zag witte wiegels (torenvalken) die als raketten naar beneden doken en soms even stil hingen boven het gras. Net van die wint suits van YouTube. Hoog boven de toppen cirkelde een roofvogel, te ver voor mij om te herkennen.
Naar het dal
De afdaling was een genot: prachtige paden, snelle kilometers. In het bos verschenen weer nieuwe dennen, dit keer met lange naalden, bijna kerstboomachtig. Ineens liep ik tussen de tentjes en caravans van een camping, waar je ook setjes voor via ferrata kon huren. Verder naar beneden bereikte ik een skioord, schattig en verrassend groen. Onvoorstelbaar dat hier wel eens een meter sneeuw in een uur kan vallen.
Via een bergpad langs de wand liep ik door naar een meertje dat ik op de kaart had uitgekozen. En wat een plek: kampvuur, acht tentjes, de laatste zon op de rots tegenover ons. Mijn tent stond erbij alsof het zo hoorde.
Avond bij het vuur
Ik raakte in gesprek met Vincent, die het vuur had aangestoken. Hij woont vlakbij Yvoir, waar ik eerder aan land kwam bij het meer van Genève. Zwitsers én Frans, net terug van zes maanden Canada. Nu helpt hij een familielid met georganiseerde huttentochten: bagage van hut naar hut brengen en de rest van de tijd vissen, vuurtjes maken, bivakkeren. Een droombaan.
Vandaag was schitterend. Schadelijk mooi zelfs. De Alpen blijven verslavend, achter elke bocht een nieuw theater. Mijn foto’s kunnen het nauwelijks vangen. Ik kruip mijn slaapzak in, donsjas en muts aan. Welterusten.