Alkmaar naar Menton – Bon Giorno – dag 67 – van Modane naar Valle Stretta

Wat een vreemde stad, dat Modane. Naast La Norma oogt het bijna Italiaans. De stad heeft hier en daar verval, veel industrie, en boven de stad staat een groot fort dat herinnert aan het militaire verleden. De camping was een beetje eigenaardig, maar ondanks dat er boven mijn tent een lantaarn aansprong (weer niet goed gekeken, David) ging die gelukkig later uit.

Ik heb jullie trouwens nog niet verteld hoe ongelofelijk mooi de sterren hier zijn in de Alpen. Vaak gaat rond 23.00 uur de straatverlichting in dorpen helemaal uit, waardoor de hemel donker en diep zichtbaar wordt. De Melkweg verschijnt dan in volle glorie, zo helder dat ik soms moeite heb de bekende sterrenbeelden uit Nederland terug te vinden. In Modane was er wat lichtvervuiling, maar op andere bivakplekken was het puur genieten. Mijn Fairphone kan het niet vastleggen, maar gelukkig bestaan er beelden die dat wonderlijke uitzicht benaderen.

’s Ochtends was het veld vol GR5-wandelaars die ook vertrokken. Na ontbijt en inpakken koos ik ervoor nog even bij het station te kijken. Via een lange tunnel kwam ik bij de hoofdstraat – Italiaans aandoend, zelfs een beetje Amerikaans met verkeerslichten en brede lanen.

Daarna begon het echte werk: een steile klim de Val Fréjus in. De weg zigzagde over grind en smalle bospaadjes, terwijl de rivier naast me kolkte. Het was afzien, maar ik raakte in mijn element. Ik stop zelden, blijf maar klimmen, en haal daardoor steeds mensen in. Na drie uur onafgebroken stijgen stond ik op de Col, tegenover de refuge Thabor. Naast de hut stond een helikopter geparkeerd – voor mij een treurig gezicht in zo’n indrukwekkende bergwereld.

De uitzichten waren magistraal: achter me de Vanoisevallei waar ik dagen doorheen liep, voor me de bergkam die Frankrijk van Italië scheidt. Naar beneden voelde ik mijn knie pijnlijk protesteren, maar stap voor stap kwam ik verder.

Na de afdaling veranderde de sfeer volledig. De namen van de huisjes waren Italiaans, de menukaarten ook, en alle wandelaars en gezinnen spraken Italiaans. Bon giorno! Ciao! De vallei heet niet voor niets Vallee Étroite: officieel Frankrijk, maar vooral bereikbaar via Italië. Een enclave-gevoel.

De contrasten waren groot. Waar Fransen ingetogen wandelen, liepen de Italianen luid pratend en gebarend door de rivierbedding. Links en rechts van me stortten keien en grind van de rotswanden naar beneden, soms met kabaal, maar niemand keek ernaar om. Te druk met kletsen en lachen.

Tegen vieren begon het echt te regenen en trok een koude wind door de vallei. Met regenjas en poncho had ik het nog steeds fris. Mijn tas was loodzwaar van de voorraden, en ik zag het niet zitten om nog eens acht kilometer door te klimmen naar de volgende camping. Dus dacht ik aan Simon en koos voor een pragmatische oplossing: mijn tent opzetten onder de dennen, op een dikke laag droge naalden.

Het was veel te vroeg om te bivakkeren, maar ik gokte erop dat de politie hier niet zou komen. Ik ging even liggen, nog zonder rugzak uit te pakken, mijn regenjas over mijn benen. Anderhalf uur later werd ik wakker, bibberend, maar uitgerust genoeg om toch mijn kamp in te richten.

Ik kookte quinoa met tomaat, olijven en gerookte tofu – een voedzaam maaltje. Ook at ik mijn laatste crackers met avocado en komkommer. Alles wat zwaar was zat in mijn buik, scheelt morgen sjouwen.

Morgen pak ik de GR5b-variant, die een stukje door Italië slingert en dan terug naar Frankrijk gaat, richting Briançon. Mijn knieën kunnen niet meer zo speels afdalen als in de Jura of de Vogezen – elke stap is een kans op een pijnscheut. Maar ik ben dankbaar: tot nu toe hebben ze me 2059 kilometer en meer dan 48.000 hoogtemeters gedragen.

De rekensom is bijna onwerkelijk: nog maar 299 kilometer te gaan. Slechts 13 dagen wandelen, en dan zie ik eindelijk de azuurblauwe kust die al die tijd mijn horizon is geweest. Eerst nog Italië, nog flinke klimmen, en bijna 16.000 hoogtemeters. Stap voor stap, het onmogelijke klein maken.

Gerelateerde berichten