Alkmaar naar Menton – GR55, trailrun, gletsjers, fris, marmotten – dag 65 – van Tignes naar Termignon

De ochtend begon koud, winderig en nat. Mijn tent stond in hoog gras, dus alles was doorweekt – en ja, daar mocht ik even over mopperen. Maar na een half uur brak de zon door en keerde mijn humeur terug. Opvallend veel trailrunners waren al vroeg onderweg, klimmend over de bergpaden.

De afdaling naar Val Claret bracht me weer in de zon, gelukkig, want in de schaduw was het ronduit koud. Het dorp ademde rijkdom: een duur skioord, dat zag ik aan de kleding van de mensen en hoe ze me aankeken. Ik paste er niet tussen. Vanuit Tignes galmde de hele ochtend al een schreeuwende Fransman met housebeats, vanaf zeven uur. Er bleek een race gaande, vandaar de herrie.

In de Sherpa-supermarkt, die gelukkig al om half acht open was, deed ik inkopen voor een volle dag. Daarna begon de klim omhoog: steil, eerst nog over pistes. Maar dit hele dorp is één grote piste, alles draait hier om omhoog en omlaag. Het pad was bezaaid met trailrunners. Ik stond telkens stil om ze voor te laten en na honderden keren “merci” had ik er genoeg van. Ik koos mijn eigen route en klom door een rivierbedding omhoog, weg van de drukte.

Boven week ik af het natuurgebied in de GR55 op. De stilte keerde terug. Af en toe een wandelaar, verder rust. En toen ineens: mijn eerste gletsjer van dichtbij. Ik stond op 2735 meter, op een bergpas. Als ik nog 300 meter hoger zou klimmen, kon ik hem aanraken. Het leek snel gegaan, maar dat kwam doordat het skidorp al op 2300 meter lag.

Langzaam begon de afdaling. Alles was ruig, groots en vooral rustig. Ik waste me in een ijskoude rivier en genoot van de zon die fel scheen maar bij het minste wolkje kippenvel bracht. Het dal uitlopen kostte de hele dag. Rond tien uur pauzeerde ik, om twaalf uur af ik mijn broodjes bij een refuge en liet mijn tent weer wapperen. Later lag ik in het gras naast een marmottenhol, kijkend naar die nieuwsgierige koppies die steeds tevoorschijn kwamen. Soms schoten ze weg met een gil die door merg en been ging.

In de namiddag kwam ik bij de eerste refuge in het dal, D’Entre Deux-Eaux. Daar had ik geen internet en mijn kaart was vaag, dus koos ik op goed geluk een pad – achteraf de verkeerde. Toch liep ik door naar een grotere refuge langs een asfaltweg, waar ook de gratis bus van het natuurpark reed. Langs een meer en verderop bereikte ik een parkeerplaats en nog een refuge. Hier waren middeleeuwse rotschilderingen gevonden die nauwkeurig een veldslag beschreven. Bijna 2500 meter hoog – een bewijs dat de mensheid hier al lang aanwezig is, onder de gletsjers die toen veel verder reikten.

Ik at mijn diner aan een grote picknicktafel in de zon en vulde al mijn flessen bij. Slapen bij de refuge kon, maar dan naast een dieselaggregaat – nee bedankt. Dus daalde ik verder af, eerst nog even videobellend met thuis. Heerlijk om mijn mannen te zien en het gillende geluid van de marmotten na te doen.

De afdaling bracht me eindelijk het bos in, rond 2100 meter. De warmte keerde terug. Twee uur lang liep ik naar beneden, langer dan gedacht. Ik koos bewust langere paden, deed een stukje bushwacken en ging twee keer flink onderuit – zo hard dat ik er zelf van schrok. Dat kwam doordat ik ondertussen zat te klooien op mijn telefoon: filmpjes en foto’s van marmotten sturen, en alvast uitzoeken hoe ik straks eigenlijk vanuit de Côte d’Azur naar huis kom.

Het werd donker toen ik de camping opliep. Plaats 39, tent opzetten ging inmiddels blind in vijftien minuten. Daarna een warme douche, pyjama aan, en in mijn tent dit verhaal uitwerken.

Ik zit nu een paar kilometer naast de GR5 en dat is ok. Ik had behoefte aan een camping, een dorp, warmte en rust – even geen hoogte en gletsjers. Morgen loop ik door de vallei richting Modane, waar ik de GR5 weer oppak. Soms gaat het niet om het lijntje op de kaart, maar om wat ik nodig heb.

Tot morgen.

Gerelateerde berichten