Afgelopen nacht sliep ik in een slaapzaal van een herberg en hoewel het bed wat kort was voor mijn Hollandse lengte, heb ik heerlijk geslapen. Het deed me goed om een echt matras te voelen. Het ontbijt daarentegen was typisch Frans: croissantjes, gesuikerde broden en zoetigheid alom. Voor velen een feest, maar voor mij een gemis – geen vezels, fruit of iets voedzaams. Ik besloot toch maar wat uit eigen rugtas te ontbijten.
De nacht en de slaap hielpen me helder te krijgen dat ik mijn etappes korter moet maken. De kniepijn die steeds opspeelt, maakt me duidelijk dat ik te ver ga. Ik vind het altijd confronterend om tegen fysieke ongemakken of limieten aan te lopen.
Ik vertrok pas rond negen uur – een zeldzaamheid voor mij. De ochtend gebruikte ik om mijn blog van gisteren te schrijven, wat me altijd veel plezier geeft. Schrijven hoort erbij, het maakt deel uit van mijn tocht.
Mijn knie protesteerde direct bij de afdaling uit het dorp. Ik zette mijn pas bewust langzaam en liep door nauwe steegjes, langs overhangende fruitbomen en moestuinen. Ik snoepte wat van de pruimen die langs de weg hingen en luisterde naar de vogels – waaronder een vreemd fluitend geluid dat ik niet kon thuisbrengen. Beneden in de vallei klonk het zachte geruis van verkeer, ver weg genoeg om niet storend te zijn.
Ik zette mijn wandelapp geluid uit en koos ervoor de rood-witte markeringen van de GR5 zelf te volgen. Geen stem die me vertelde hoeveel kilometer er nog kwam, geen virtuele worst die voor mijn neus bungelde, maar gewoon de focus op hier en nu. Dat werd mijn oefening voor vandaag.
Onderaan kwam ik bij de rivier de Isère, woest en bruisend, met overal kajaks, rafts en een soort halve surfborden waarmee mensen de stroom trotseerden. De instructeurs riepen luid, de deelnemers lachten. Het water was woest, maar vrolijk – dat laatste is mijn knie niet.
In het dorp Landry belde ik met Dylan. Gisteren hadden we elkaar gemist doordat ik hoog in de bergen geen bereik had. Na ons gesprek besloot ik dat dit officieel een rustdag zou worden. Ik liep nog een paar honderd meter naar de supermarkt, die bijna zou sluiten vanwege Maria Hemelvaart, en kocht wat ik nodig had. Grappig is dat die 600m lang en zwaar aanvoelen.
Achter die winkel vond ik een camping, helemaal volgeboekt, maar ik kreeg een plekje dat bijna te mooi was om waar te zijn: onder een boom, een soort yoga-plekje, helemaal David-stijl. Mijn tentje past precies op het yoga matje.
De middag kabbelde voorbij met het bereiden van een lunch – iets wat me zomaar anderhalf uur kostte. Ik dommelde in de schaduw weg tot ik vanzelf wakker werd en had gesprekken met bijzondere mensen. Een jonge Fransman die door Frankrijk reist en werkt op zoek is naar een eigen plek. Een Nederlander die teleurgesteld is in het systeem en er uitgesproken meningen over heeft. En later nog wat wandelaars die net als ik een tussenstop maakten. De camping heeft een leegstaande schuur die verbouwd wordt. Hier liggen eind van de avond een stuk of zes wandelaars te overnachten.
Het was een dag van nietsdoen, en juist daardoor voelde ik van alles. De tijd verloor zijn betekenis. Had ik al gedoucht? Was het al avond? Het maakte niet uit.
Het diner was de kroon op deze dag. In het eenvoudige camping restaurant, gerund vanuit een caravan, werd een maaltijd geserveerd die ik niet snel zal vergeten. Sinds Amance bij Yann had ik niet meer zo lekker gegeten. De stijl was eenvoudig, fris en licht zuur, met kruiden die elke hap compleet maakten. De gebakken aardappelen waren zó goed dat ik mijn verlangen naar mayo vergat. Ik dronk zelfs een biertje.
Ik zat aan tafel met een Frans GR5-stel uit Grenoble. We spraken de hele avond, alsof we elkaar al kenden. Aan het einde ontdekten we dat we allebei een Fairphone hebben. Een klein detail, maar bijzonder: ik ken niemand met zo’n toestel, behalve mijn zus Breg. Soms kan herkenning dichter bij elkaar brengen.
De regen en het onweer van de avond koelden de lucht af. Het benauwde was weg en ik wist: dit is een dag om in te lijsten. Een dag van leren vertragen, van luisteren naar mijn lijf, en van ervaren dat rust net zo waardevol kan zijn als kilometers maken.