Alkmaar naar Menton – vroeg, ver, gevecht, donder en bliksem, herberg – dag 62 – van Les Contamines Montjoie naar Valezan

Gisteren ging om 21 uur het lichtje uit in mijn bovenkamer, op een magisch gezellige camping vol wandelaars uit alle windstreken. Om 23 uur werd ik nog even wakker door wat onweer en spetters, dus deed ik mijn tent dicht. De wekker stond op 5 uur. Ik wilde niemand wekken met het geluid van een ontbijt en besloot boven te eten. Zo liep ik om 5:23 de camping af met mijn hoofdlamp. Zoals je op de foto’s kunt zien, was er nog niets te zien; de zomer schuift ongemerkt naar kortere dagen. Mijn snelle vertrek kostte me wel één haring, ontdekte ik later.

Met een lampje door het donkere bos langs een kolkende gletsjerrivier lopen is spannend. Aan het einde van het dorp zag ik lichtjes: drie wandelaars die hetzelfde pad omhoog namen. De klim was stijl en ik moest nog warmdraaien. Bij een refuge met bivakplek heerste een drukte van jewelste; mensen gingen net op pad. Nog verderop trof ik een hele bivakweide vol tentjes. Dit is blijkbaar het mekka van hikers – zoveel bivakplekken had ik nog niet eerder gezien.

Om 8 uur bereikte ik de Col de Bonhomme en at daar mijn ontbijt: wraps met van alles erin. Daarna klom ik door naar de Col de Croix de Bonhomme, waar een grote refuge stond. Daar werd ik ontnuchterd: een helikopter loste vier kuubzakken cola en eten. Sinds ik dit vaker heb gezien, bestel ik liever niets in refuges zonder weg – de heli’s voelen als een wassen neus voor duurzaamheid. Het kan ook anders: sommige refuges hebben moestuinen en maken zelf zuivel en vlees.

De refuge was enorm en druk, met overal nog kampeerders die eigenlijk al vertrokken hadden moeten zijn. Vanaf hier begon misschien wel het mooiste stuk van de dag: de Cret de Gittes. Een bergrug van glinsterende leisteen, met aan beide kanten diepe afgronden. Het pad was nauwelijks twee voeten breed. De zon brandde op de ene kant, een koele bries blies vanaf de andere – een afwisseling die het lopen bijna magisch maakte. De uitzichten waren tegelijk beangstigend en groots. Iedere bocht bracht een nieuw vergezicht, nog indrukwekkender dan het vorige.

Tijdens de afdaling van de Crête kwam de eenzaamheid op. De TMB boog duidelijk af en waar ik eerder nog obstipatie had van het aantal wandelaars, liep ik nu alleen. Er zijn weinig GR5-wandelaars; vooral gezinnen en dagjesmensen die vanaf een weg of parkeerplaats een stukje meedoen. Het was inmiddels 12 uur, maar nergens vond ik een bankje of picknickplaats. Ik liep door een dal met enkel een wegrestaurant en een oude schuur met een strookje schaduw, en begon alweer te stijgen. Twee uur lang mopperde ik door over de ontbrekende rustplekken. Tot drie keer toe probeerde ik ergens op een helling een plekje te vinden, maar nergens kon ik echt neerstrijken. Hier in slaap vallen was geen optie. Dan schuift er op verzoek een grote, trage wolk voor de zon. Even ademruimte, even tijd om na te denken. Maar ik stond nog steeds op die helling, omringd door de geur van myrtilles, eindeloos veel sprinkhanen en prachtige insecten, en toch voelde ik me opgesloten. Dus liep ik maar door, omdat dat de enige optie leek. Onderweg ontmoette ik drie Nederlandse dames die een huttentocht deden. Ik deelde mijn frustratie over het gebrek aan rustplekken en biechtte mijn dip op. Zij praatten me moed in en spoorden me aan om vrolijk te worden. Langzaam boog het pad richting het einde van de kloof. Ik wist ondertussen wat dat betekende: een steile klim naar een rotsige col.

Ik begon aan de laatste klim van de dag, richting 2500 meter hoogte. Boven aangekomen veranderde het landschap in een maanlandschap: rotsig, kaal en vijandig, maar tegelijk indrukwekkend.

Onderweg maakte ik een misstap – mijn stok bleef haken – waardoor mijn knie opspeelde. Ineens liep ik lomp, niet lichtvoetig zoals ik gewend ben. Boven op de berg stond een refuge, maar die lag van de route af. Omdat er geen weg naartoe liep, besloot ik door te gaan. Verderop was er nog een refuge, zag ik op de kaart. Daar bestelde ik limonade en overwoog te blijven. Ik zat in de zon, maar donkere wolken pakten zich samen aan de horizon. Dit was hét moment om te kiezen. Ze hadden vlak gras, misschien zelfs plek voor een bivak, maar mijn besluiteloosheid liet me doorlopen – wat me twee uur extra afdalen kostte.

Het pad naar beneden was zwaar en mijn knie zeurde. Wandelaars voor en achter me, en in de verte de donkere wolken. Vier Franse klimmers met touwen en helmen kwamen lachend voorbij. Ik vulde mijn fles bij een beek en liep verder, eerst langs een lange berghelling, daarna door een magisch bos. Toen brak de storm los: ijskoude wind en horizontale regen.

Eerst schuilde ik onder wat bomen, maar de wind was te hard. Uiteindelijk vond ik een chalet en kroop in de deurpost. Snel trok ik mijn regenjas en iets warms aan. Toch kreeg ik kippenvel over mijn hele lijf. Ik moest weer bewegen, anders zou ik onderkoeld raken.

Ik koos voor de camping in het dal, al had ik eigenlijk een bivak bij een picknicktafel gepland. In deze storm voelde dat onveilig. Dus zette ik het op een soort joggen, schildpadstijl met rugzak. Gelukkig werd het pad beter begaanbaar, al bleef de regen me teisteren.

In het eerste dorpje, Valezan, zag ik een bord: GR5 – Herberg 350m. In de stromende regen volgde ik de pijlen en stapte nat en verkleumd naar binnen. Ze hadden plek. Na bijna 39 kilometer wist ik niet meer hoe ik normaal moest praten of denken – ik was een kip zonder kop.

Vandaag was een gevecht met mezelf. Boosheid, frustratie, vermoeidheid – alles liep door elkaar. Waarom toch altijd die enorme afstanden? Meer dan 30 kilometer in de Alpen is gewoon niet leuk, dat zeggen alle wandelaars, en ik merk het nu ook. Het landschap is onverbiddelijk, de stenen steken overal uit, de klimmen zijn meedogenloos. Ik struikel vaker, en ben na een klim van 800 meter omhoog compleet leeg.

En toch, voor mijn eigen gemoedsrust: ik kan het wel. Ik kán 40 kilometer lopen in de Alpen met 2500 meter stijgen en dalen. Maar ik eindig dan kapot, ongezellig en emotioneel instabiel. Dat punt is nu gezet. Vanaf morgen kies ik anders: kortere dagen, rond de 20 kilometer, eindpunten met comfort en rust. Zodat ik weer kan genieten in plaats van ploeteren.

Gerelateerde berichten