Ik lag vannacht niet helemaal lekker. Scheef, klam, en telkens wakker. De hoge bivak tegenover de Mont Blanc is prachtig, maar het lijkt of mijn lijf moeite heeft zich daar warm te houden. Zodra ik uit mijn slaapzak kruip, blijkt het niet eens koud te zijn — vreemd. Eten gaat ’s avonds ook moeizaam. Dus besluit ik vandaag: uitgebreid brunchen en in de avond hopen dat de eetlust terugkomt door de lunch over te slaan. Alles om dat lijf weer even op de rails te krijgen.
Maar wat een gewaarwording: helemaal alleen wakker worden op een Alp, met dat immense witte massief recht tegenover me. Om vijf uur ben ik op, kwart voor zes loop ik — of beter gezegd: spring ik — naar beneden als een chamois. Mocht ik ooit een tatoeage nemen, dan wordt het er eentje van dat dier. In no-time sta ik beneden bij Chamonix. Het pad naar beneden is stil; ik kom maar vier mensen tegen. Ontbijt met uitzicht op de gletsjer, naast een meetcamera die lawines in de gaten houdt.
Chamonix zelf voelt als een andere wereld. Ferrari’s, Lambo’s, makelaars met appartementen vanaf 1,6 miljoen, helikopters die af en aan vliegen met de jetset. Ik koop snel wat lunch in een vreemde maar goede supermarkt en vertrek. De klim terug de bergen in is heet, stoffig en allesbehalve charmant. Wit grind, pistes, kabelbanen, toeristen. Dit stuk van de GR5 tot aan Bionnassay kan wat mij betreft overgeslagen worden — fysiek zwaar, maar zonder de beloning van echte natuur.
Pas in de vallei van Les Contamines Montjoie keert de magie terug. Authentiek, groots, en gevuld met het geruis van een gletsjerrivier die wit kleurt van het smeltwater. Naast het pad stroomt glashelder water uit het bos — koud en zuiver, perfect om te drinken. Het is druk, vooral door de Tour du Mont Blanc, waarvan iedereen een stukje wil meepikken.
De camping hier heeft een speciaal TMB-veld, en ik snap waarom. Vanmiddag tel ik zeker 65 tentjes, bewoond door wandelaars uit alle windstreken: Pools, Vlaams, Italiaans, Engels, Spaans, Nederlands… Het is een dorp op zich, maar met een rustige, geconcentreerde sfeer. Iedereen bezig met zijn tent, eten, voeten, of gewoon genieten van het uitzicht. Naast me zet een stel uit Bretagne hun tent op; Simon had eerder een dag met hen gelopen. Hij appt dat hij naar huis gaat, nog voor het lange Franse feestweekend. Jammer, maar ik begrijp het.
De rest van de middag besteed ik aan wassen, eten koken en mezelf verzorgen. Boven me trekt een blauwe lucht voorbij, gevuld met zwaluwen en wolken in de vorm van schaapjes, bloemkool, dreigende donderkoppen en sluierstrepen. Het weer gaat omslaan, dat voel je. Ik eet 3 uur lang van alles en nog wat en maak veel klaar voor morgen zodat ik door kan. Ik hoop morgen weer voor 14 uur aan te komen, dat is wel fijn. Wel even zien of ik kan slapen tussen 64 andere wandelgekkies.
Vanmiddag stond ik nog op het punt om de trein naar huis te pakken, zo groot was het gemis. Maar een dag op de camping, in de luwte, doet wonderen. Nog negentien dagen stevig doorstappen, en ik kan al aankomen. Zonde om nu te stoppen — ik ben zo ver van huis.